svmaassluis.jpg

Teruggaand in de tijd is het eerste wapenfeit van de vereniging haar oprichting op 17 december 1930. Met de heer J. van Deventer, bedrijfsleider van de "vereenigde Touwfabrieken" als eerste voorzitter, begonnen 10 Maassluizers aan een schaaktoekomst. Al gauw ging men zich buiten Maassluis oriënteren en werd het lidmaatschap van de Rotterdamse Schaakbond aangevraagd. Dit lidmaatschap werd op januari 1934 bevestigd. Men voelde zich nog niet erg zeker. De leden wilden eerst nog even oefenen voordat ze voor de leeuwen werden gegooid. De vereniging werd echter goed geleid en al gauw ontstond er een gezonde drang naar sportieve schaakprestaties, ook buiten de Maassluise deur. Krap bij kas zat men wel. Bij de eerste uitnodiging voor een simultaanspeler moest er heel wat correspondentie verricht worden voor dat het ei gelegd werd. Uiteindelijk viel de eer te beurt aan de heer Mr. Oskam, toenmalig voorzitter van de Nederlandse Schaakbond (voor minder deed men toch ook niet!). De uitslag en hoeveelheid borden is niet te achterhalen.

Schaakvereniging Maassluis - geschiedenisIntussen bleef de vereniging krap bij kas. Het werd zo erg, dat overwogen werd de vereniging maar weer op te heffen. Gelukkig wist men een afdoende oplossing te vinden en werd het voortbestaan van de vereniging verzekerd. De kleine praktische problemen die een schaakvereniging heeft, deden zich toen ook al gelden. Het niet (kunnen) opkomen voor een competitiewedstrijd is er één van. Diverse reprimanda zijn het gevolg.

Men was niet in staat het tienjarig lustrum 1940 op gepaste wijze te vieren door de Duitse inval. Daarvoor waren er pogingen ondernomen Max Euwe voor een simultaan te strikken. Het mocht er niet van komen (op 20 februari 1946 en vier en dertig jaar later werd de schade alsnog ingehaald). Men was zelfs gedwongen het toenmalige schaaklokaal, wat eigendom was van de "Vereenigde Touwfabrieken", te ontruimen. Het hoofdkantoor van deze onderneming was tijdens het bombardement van Rotterdam plat gegooid en men moest het kantoor naar Maassluis verplaatsen. Er werd vanaf september verder geschaakt in het schaftlokaal van de fabriek.

Zonder clublokaal en een lege kas zag de vereniging zich gedwongen haar lidmaatschap bij de R.S.B. tijdelijk op te zeggen. Het werd allemaal nog droeviger. Op 25 september 1942 werd de vereniging formeel opgeheven omdat de leden unaniem weigerden zich aan te sluiten bij de cultuurkamer en het daaraan verbonden gedwongen lidmaatschap. Tot september 1945 ontmoetten de leden elkaar thuis, maar bleven vergaderingen en wedstrijden achterwege.

Als de vereniging op 19 september 1945 onder voorzitterschap van de heer Hofland met 21 mensen haar eerste ledenvergadering na de oorlog houdt, betreurt men geen in de oorlog omgekomen leden. Het lidmaatschap van de R.S.B. werd hersteld en begin 1946 werd de simultaan Max Euwe alsnog werkelijkheid. Van de 30 spelers waren er 26 lid van de vereniging. Ze moesten alle 26 het onderspit delven tegen de beroemde grootmeester. Van de vier niet leden wist er één, de heer D.A. Torn uit Vlaardingen remise af te dwingen. Ook hier stelde de direktie van de "Vereenigde Touwfabrieken belangeloos de speelruimte ter beschikking. De jarenlange betrokkenheid van de onderneming met het Maassluise schaakleven werd hierdoor nog eens benadrukt.

Ontwaakt uit een soort winterslaap werd de vereniging heel aktief. Met 3 tientallen streed men op even zoveeel fronten in het regionale schaakgebeuren, waarbij het eerste team in 1948 promoveerde naar de tweede klasse (de geschiedenis herhaalt zich misschien dit jaar).
In 1950 kreeg men oog voor de jeugd. Vooral dit aspect van een vereniging staat of valt met de aktieve inbreng van seniorleden en heeft alszodanig z'n 'ups and downs'. Het ledental was inmiddels opgelopen tot 46, een omvang waar wij momenteel alleen maar van kunnen dromen. Met twee kampioenschappen en een promotie werd op 1952 wel heel succesvol afgesloten. De eerder voorgestelde theorielessen wierpen blijkbaar hun vruchten af. Het is in dit jaar dat we de eerste oude bekende tegenkomen in de jaarverslagen, tw. ons huidige ere-lid de heer Doelman.

In 1953 gaat men voor het eerst publiceren in de Schakel, een traditie die met korte onderbrekingen tot op de dag van vandaag plaats vindt. In al die jaren tot het vijftig jarig jubileum ging het schaakleven zijn kalme gang met als hoogtepunten het vijfentwintig jarig jubileum dat ditmaal 'onder ons' gevierd werd, een heuze RSB kampioen in 1976 (de heer F. Tazelaar), en een verblijf van één jaar in de promotieklasse.

Langzamerhand beginnen bekende namen, zoals ons andere ere-lid de heer Keijzer en heren Dijkstra en Kouwenhoven de revue te passeren. Met een ledental van onder de 20 vonden we in 1979 onderdak bij de wijkvereniging "de Flat", een lokatie waar we ons op de dag van vandaag gelukkig mee prijzen. Ook de samenwerking met deze vereniging is altijd uitstekend geweest. We hoeven alleen maar terug te denken aan de brand van eind 1986 in het wijkgebouw. Een tijdelijke lokatie, het herbouwen tot het huidige onderkomen en de prima afwikkeling van de ook door ons geleden schade waren een voorbeeld van uitstekend beleid. Zij mag zich zeker een waardig opvolger weten van de eerder genoemde "Vereenigde Touwfabrieken".


In 1980 vierde de vereniging op daverende wijze haar 50-jarig jubileum. Voor de tweede keer in haar bestaan ontmoette de Schaakvereniging Maassluis Max Euwe, samen met de heer Lilienthal. Beide heren veegden met de grote meerderheid der 50 aanwezigen de (schaak)vloer aan in een sprankelende simultaan.


Het uiteindelijke resultaat was een ledental dat weer steeg naar een aanvaardbaar niveau. In de jaren na dit jubileum bleef de vereniging zeer aktief. Het organiseerde in 1986 voor het eerst een 'open schaaktoernooi dat inmiddels is uitgegroeid tot een succesvol jaarlijks terugkerende traditie. Het brengt een boeiend clubblad uit onder de bezielende redaktie van onze huidige secretaris. Momenteel wordt er aktief deel genomen aan toernooien, bekerwedstrijden enz. Een goed jeugdbeleid doet de jonge schakertjes makkelijk de weg vinden naar de Burgemeester Schwarzlaan. Kortom een bloeiende vereniging met (het moet maar weer eens gezegd worden) te weinig seniorleden. Het is al zo vaak gezegd. Op elk denkbaar schaakniveau kan bij ons deze sport beoefend worden. Gezelligheid, gepaard met een gezonde sportieve drang tot het komen van een sportief resultaat moet schaakliefhebbers toch aanspreken. En gelooft u mij, niet iedere stad herbergt een vereniging die de respectabele leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.

Ga naar boven